homepage-slider-de-cristallijn-5

Bij de Cristallijn wordt er echt geluisterd naar je kind.

Onze kijk op kinderen

In onze kijk op kinderen zijn wij geïnspireerd door de pedagogiek die gehanteerd wordt in Reggio Emilia.

Deze pedagogiek is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. De ouders van Reggio Emilia wilden een school voor hun kinderen, waarin kinderen werd geleerd zelfstandig na te denken en zelf keuzes te maken, ze wilden dat hun kinderen opgroeiden tot zelfbewuste zelfstandige mensen.

Binnen de Reggio Emilia pedagogiek wil men dat kinderen opgroeien tot mensen die in staat zijn respect te hebben voor zichzelf, voor andere mensen en voor de natuur. Het wordt ook wel eens een manier van leven genoemd. De uitgangspunten van Reggio Emilia maken dat je op een andere manier naar jezelf, naar anderen en naar je omgeving kijkt, waardoor je anders in het leven komt te staan. Het gaat erom de ander de ruimte te geven, echt naar hem te kijken en te luisteren. Respect te hebben voor de ander. Alles wat je zelf kan, zelf mogen doen. Zijn wie je bent met respect voor jezelf, de ander en de omgeving.

De uitgangspunten.

Het competente kind (de 1e pedagoog).
We gaan uit van wat het kind is en kan en niet van wat hij allemaal nog niet is en kan. We kiezen ervoor vertrouwen te hebben in het kind. We bieden het kind niet de al ontdekte wereld, maar geven hem de kans deze wereld zelf te ontdekken. Dit betekent concreet dat wij als begeleiders moeten leren afstand te nemen, ruimte te geven, kinderen de kans te geven om competent te zijn, en niet te snel in te grijpen. (bijv. zelf naar het toilet kunnen als ze vinden dat ze moeten, toegang hebben tot materialen die ze nodig hebben, kunnen zien wat waar hoort zodat ze zelf iets kunnen pakken en opruimen, de kans krijgen zelf conflicten op te lossen en vooral gewaardeerd worden om wie ze zijn en niet om hoe wij ze graag willen zien).

Dit vraagt van ons dat we de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen moeten kunnen waarborgen. Hier zijn twee vragen belangrijk:

1. wat is het ergste dat kan gebeuren?
2. Vinden we dat een aanvaardbaar risico?

Met deze vragen kunnen we voorkomen we dat we te snel ingrijpen, zodat het kind de kans krijgt competent te zijn.

100-talen.
Alles wat het kind doet of maakt, maakt deel uit van wie hij is. Het is aan ons, volwassenen, om naar het kind in al zijn talen te luisteren en niet alleen naar het gesproken woord. Dus ook luisteren naar zijn bewegingen, de mimiek, de dans, tekeningen en de blik. Het is echt een pedagogiek van het luisteren. Door naar kinderen te luisteren en te proberen ze te begrijpen voelen ze zich in hun waarde gelaten en gerespecteerd, krijgen ze de kans om zich op hun eigen manier en in hun eigen tempo te ontwikkelen.
Door op deze manier te kijken leren we het kind echt kennen en geven het de kans zelf naar de wereld en zelf tot oplossingen te komen voor problemen die zich voordoen in hun wereld.
De volwassenen moeten het kind in aanraking brengen met zoveel mogelijk talen, schilderen, tekenen, dans, kleien, etc.

De omgeving (de 3e pedagoog).
De omgeving is prikkelend, er is veel kosteloos materiaal, de schatten van de kinderen staan uitgestald, en elke ruimte is met zorg ingericht. Er heerst veel rust. Ondanks dat er veel kinderen in het gebouw zijn.
Ze zijn alleen of in groepjes met dingen bezig die ze op dat moment interessant vinden.
De ruimte dient voortdurend veranderd te worden, omdat de behoeften en wensen van de kinderen steeds veranderen. Alleen dan wordt het kind voortdurend uitgedaagd de wereld zelf te ontdekken. Goed kijken en luisteren, leidt tot verandering van de omgeving, waardoor de kinderen de instrumenten krijgen om zich te ontwikkelen.

Instellingen die volgens de pedagogiek van Reggio Emilia werken, hebben veel ruimte, veel verschillende kamers of hoeken, vaak 1 gemeenschappelijke ruimte (om samen te zijn, samen te eten) en een ontdektuin. Dit alles bieden wij Kinderopvang de Cristallijn de kinderen ook.

Het is onze taak dat het kind leert op zichzelf te vertrouwen. De omgeving kan hierbij een spiegel zijn. D.m.v. de foto’s, tekeningen en andere documentatie kan het kind zien wie hij is en wat hij kan. Spiegels zijn erg belangrijk, letterlijk en figuurlijk.

De Openheid.

De ruimtes staan open, zodat de kinderen bij elkaar op bezoek kunnen, elkaar kunnen ontmoeten. Er worden uitstapjes gemaakt naar de omgeving, denk aan een bezoek aan de bakker, of de garage op de hoek. De openheid blijkt ook uit dat de kinderen in de gelegenheid worden gesteld om de invloeden van buiten het dagverblijf mee te brengen. En natuurlijk worden de ouders bij het hele gebeuren op het dagverblijf betrokken. (De oudercommissie, de 10 minuten-gesprekjes, de thema-avonden.)

De volwassene is een begeleider en geen leider (de 2e pedagoog).
Wat wordt er van de volwassene gevraagd? Deze dient in staat te zijn het competente te kind te zien, en het de ruimte te geven om competent te zijn. De volwassene moet dus een stap terug durven doen en moet goed kijken en luisteren. Wel dient hij/zij duidelijk te zijn als de grens van eigen veiligheid, die van een ander of van de omgeving wordt overschreden. De grens is: respect hebben voor jezelf, en dat betekent jezelf niet in gevaar brengen of pijn doen, anders grijpt de volwassene in. Dit vraagt van de ruimte dat deze behalve uitdagend ook veilig dient te zijn.

Respect voor anderen. Bij conflicten laten wij de kinderen beiden hun verhaal apart vertellen en veroordelen ze niet. Hierdoor leren kinderen eerlijk te zijn.

Respect voor de omgeving. Concreet betekent dat, dat er wordt opgeruimd waarmee je gespeeld hebt, dat je schoonmaakt wat je vies hebt gemaakt en dat je niets stuk maakt.

De belangrijkste taak van de begeleider is luisteren, zodat het kind zich begrepen voelt.
Er voor het kind willen zijn en luisteren naar de honderd talen die de kinderen spreken. Het kind laten merken dat je er bent en hem de ruimte geven om zichzelf te zijn. Vertrouwen op het kind en respect hebben voor het kind. In staat zijn om te reflecteren op jezelf en op je rol als begeleider. Je afvragen welke invloed jij op de kinderen hebt en hoe je deze invloed kunt en wilt aanwenden. In kunnen spelen op onverwachtse gebeurtenissen en wendingen. Terugkijken op conflicten als leermomenten. Bereid zijn om met kinderen de dialoog aan te gaan d.m.v. open vragen. De oplossing van de kinderen volgen ook al lijkt jouw oplossing beter.

Documentatie.

De functie van documentatie is dat het ons helpt het kind te begrijpen en het kind zichzelf te laten begrijpen. (foto’s, tekst bij tekeningen, geschreven dialoog, video).
Het stilstaan bij de gebeurtenissen en het terugblikken is belangrijk voor het kind. Hierdoor ziet het zijn eigen ontwikkeling. Binnen de Reggio Emilia wordt gewerkt met het boek van de herinneringen. Hierin staat het gesprek met de ouders, de eerst dagen op het dagverblijf worden beschreven en op foto vastgelegd, de verjaardag en bijzondere momenten in de ontwikkeling van het kind.

Projecten.

Door te luisteren naar de honderd talen van kinderen kunnen we ontdekken waar kinderen mee bezig zijn. Als we ontdekt hebben waar kinderen mee bezig zijn kunnen we hierop voortborduren door materialen te verzamelen die aansluiten op de leefwereld van kinderen. Op deze manier proberen we kinderen verder te helpen bij het doen van ontdekkingen. Het is van groot belang hierbij niet “in te vullen” wat wij denken dat belangrijk is, maar uitsluitend materiaal te verzamelen en mogelijkheden te inventariseren.

Nu zou u kunnen denken dat er op ons dagverblijf alles mag, dit is een misverstand. Ook bij ons mogen dingen niet. We doen elkaar geen pijn, pakken geen dingen van elkaar af en maken geen rommel zonder doel of maken dingen stuk. Wij zullen de kinderen op dit gedrag aanspreken, we doen een beroep op het kind, we berispen of dwingen het kind niet, maar bespreken het gezamenlijk. Wij hebben zeker regels, zo eten we aan tafel, wij nodigen kinderen uit om aan tafel te komen eten, maar zijn zij verdiept in het spel dan komen ze gewoon iets later. Als je kinderen hier de vrijheid van keuze geeft dan blijkt dat ook kinderen graag gezamenlijk aan tafel gaan.