| |
Onze kijk op kinderen.
In onze kijk op kinderen zijn wij geïnspireerd door de pedagogiek die
gehanteerd wordt in Reggio Emilia.
Deze pedagogiek is ontstaan na de
Tweede Wereldoorlog. De ouders van Reggio Emilia wilden een school voor
hun kinderen, waarin kinderen werd geleerd zelfstandig na te denken en
zelf keuzes te maken, ze wilden dat hun kinderen opgroeiden tot
zelfbewuste zelfstandige mensen.
Binnen de Reggio Emilia pedagogiek
wil men dat kinderen opgroeien tot mensen die in staat zijn respect te
hebben voor zichzelf, voor andere mensen en voor de natuur. Het wordt
ook wel eens een manier van leven genoemd. De uitgangspunten van Reggio
Emilia maken dat je op een andere manier naar jezelf, naar anderen en
naar je omgeving kijkt, waardoor je anders in het leven komt te staan.
Het gaat erom de ander de ruimte te geven, echt naar hem te kijken en te
luisteren. Respect te hebben voor de ander. Alles wat je zelf kan, zelf
mogen doen. Zijn wie je bent met respect voor jezelf, de ander en de
omgeving.
De uitgangspunten.
-
Het competente kind (de 1e
pedagoog).
We gaan uit van wat het kind is en kan en niet van wat hij
allemaal nog niet is en kan. We kiezen ervoor vertrouwen te hebben in
het kind. We bieden het kind niet de al ontdekte wereld, maar geven hem
de kans deze wereld zelf te ontdekken. Dit betekent concreet dat wij als
begeleiders moeten leren afstand te nemen, ruimte te geven, kinderen de
kans te geven om competent te zijn, en niet te snel in te grijpen.
(bijv. zelf naar het toilet kunnen als ze vinden dat ze moeten, toegang
hebben tot materialen die ze nodig hebben, kunnen zien wat waar hoort
zodat ze zelf iets kunnen pakken en opruimen, de kans krijgen zelf
conflicten op te lossen en vooral gewaardeerd worden om wie ze zijn en
niet om hoe wij ze graag willen zien).
Dit vraagt van ons
dat we de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen moeten kunnen
waarborgen. Hier zijn twee vragen belangrijk:
1. wat is het ergste dat
kan gebeuren?
2. Vinden we dat een aanvaardbaar risico?
Met deze vragen
kunnen we voorkomen we dat we te snel ingrijpen, zodat het kind de kans
krijgt competent te zijn.
-
100-talen.
Alles wat het kind
doet of maakt, maakt deel uit van wie hij is. Het is aan ons,
volwassenen, om naar het kind in al zijn talen te luisteren en niet
alleen naar het gesproken woord. Dus ook luisteren naar zijn bewegingen,
de mimiek, de dans, tekeningen en de blik. Het is echt een pedagogiek
van het luisteren. Door naar kinderen te luisteren en te proberen ze te
begrijpen voelen ze zich in hun waarde gelaten en gerespecteerd, krijgen
ze de kans om zich op hun eigen manier en in hun eigen tempo te
ontwikkelen.
Door op deze manier te kijken leren we het kind echt kennen
en geven het de kans zelf naar de wereld en zelf tot oplossingen te
komen voor problemen die zich voordoen in hun wereld.
De volwassenen
moeten het kind in aanraking brengen met zoveel mogelijk talen,
schilderen, tekenen, dans, kleien, etc.
-
De omgeving (de 3e
pedagoog).
De omgeving is prikkelend, er is veel kosteloos materiaal, de
schatten van de kinderen staan uitgestald, en elke ruimte is met zorg
ingericht. Er heerst veel rust. Ondanks dat er veel kinderen in het
gebouw zijn.
Ze zijn alleen of in groepjes met dingen bezig die ze op
dat moment interessant vinden.
De ruimte dient voortdurend veranderd te
worden, omdat de behoeften en wensen van de kinderen steeds veranderen.
Alleen dan wordt het kind voortdurend uitgedaagd de wereld zelf te
ontdekken. Goed kijken en luisteren, leidt tot verandering van de
omgeving, waardoor de kinderen de instrumenten krijgen om zich te
ontwikkelen.
Instellingen die volgens de pedagogiek van Reggio Emilia
werken, hebben veel ruimte, veel verschillende kamers of hoeken, vaak 1
gemeenschappelijke ruimte (om samen te zijn, samen te eten) en een
ontdektuin. Dit alles bieden wij Kinderopvang de Cristallijn de kinderen
ook.
Het is onze taak dat het kind leert op zichzelf te
vertrouwen. De omgeving kan hierbij een spiegel zijn. D.m.v. de foto’s,
tekeningen en andere documentatie kan het kind zien wie hij is en wat
hij kan. Spiegels zijn erg belangrijk, letterlijk en figuurlijk.
-
De
Openheid.
De ruimtes staan open, zodat de kinderen bij elkaar op bezoek
kunnen, elkaar kunnen ontmoeten. Er worden uitstapjes gemaakt naar de
omgeving, denk aan een bezoek aan de bakker, of de garage op de hoek. De
openheid blijkt ook uit dat de kinderen in de gelegenheid worden gesteld
om de invloeden van buiten het dagverblijf mee te brengen. En natuurlijk
worden de ouders bij het hele gebeuren op het dagverblijf betrokken. (De
oudercommissie, de 10 minuten-gesprekjes, de thema-avonden.)
-
De volwassene is een begeleider en geen leider (de 2e pedagoog).
Wat
wordt er van de volwassene gevraagd? Deze dient in staat te zijn het
competente te kind te zien, en het de ruimte te geven om competent te
zijn. De volwassene moet dus een stap terug durven doen en moet goed
kijken en luisteren. Wel dient hij/zij duidelijk te zijn als de grens
van eigen veiligheid, die van een ander of van de omgeving wordt
overschreden. De grens is: respect hebben voor jezelf, en dat betekent
jezelf niet in gevaar brengen of pijn doen, anders grijpt de volwassene
in. Dit vraagt van de ruimte dat deze behalve uitdagend ook veilig dient
te zijn.
Respect voor anderen. Bij conflicten laten wij de kinderen
beiden hun verhaal apart vertellen en veroordelen ze niet. Hierdoor
leren kinderen eerlijk te zijn.
Respect voor de omgeving. Concreet
betekent dat, dat er wordt opgeruimd waarmee je gespeeld hebt, dat je
schoonmaakt wat je vies hebt gemaakt en dat je niets stuk maakt.
De
belangrijkste taak van de begeleider is luisteren, zodat het kind zich
begrepen voelt.
Er voor het kind willen zijn en luisteren naar de
honderd talen die de kinderen spreken. Het kind laten merken dat je er
bent en hem de ruimte geven om zichzelf te zijn. Vertrouwen op het kind
en respect hebben voor het kind. In staat zijn om te reflecteren op
jezelf en op je rol als begeleider. Je afvragen welke invloed jij op de
kinderen hebt en hoe je deze invloed kunt en wilt aanwenden. In kunnen
spelen op onverwachtse gebeurtenissen en wendingen. Terugkijken op
conflicten als leermomenten. Bereid zijn om met kinderen de dialoog aan
te gaan d.m.v. open vragen. De oplossing van de kinderen volgen ook al
lijkt jouw oplossing beter.
-
Documentatie.
De functie van
documentatie is dat het ons helpt het kind te begrijpen en het kind
zichzelf te laten begrijpen. (foto’s, tekst bij tekeningen, geschreven
dialoog, video).
Het stilstaan bij de gebeurtenissen en het terugblikken
is belangrijk voor het kind. Hierdoor ziet het zijn eigen ontwikkeling.
Binnen de Reggio Emilia wordt gewerkt met het boek van de herinneringen.
Hierin staat het gesprek met de ouders, de eerst dagen op het
dagverblijf worden beschreven en op foto vastgelegd, de verjaardag en
bijzondere momenten in de ontwikkeling van het kind.
-
Projecten.
Door
te luisteren naar de honderd talen van kinderen kunnen we ontdekken waar
kinderen mee bezig zijn. Als we ontdekt hebben waar kinderen mee bezig
zijn kunnen we hierop voortborduren door materialen te verzamelen die
aansluiten op de leefwereld van kinderen. Op deze manier proberen we
kinderen verder te helpen bij het doen van ontdekkingen. Het is van
groot belang hierbij niet “in te vullen” wat wij denken dat belangrijk
is, maar uitsluitend materiaal te verzamelen en mogelijkheden te
inventariseren.
Nu zou u kunnen denken dat er op ons dagverblijf alles mag, dit is
een misverstand. Ook bij ons mogen dingen niet. We doen elkaar geen
pijn, pakken geen dingen van elkaar af en maken geen rommel zonder doel
of maken dingen stuk. Wij zullen de kinderen op dit gedrag aanspreken,
we doen een beroep op het kind, we berispen of dwingen het kind niet,
maar bespreken het gezamenlijk. Wij hebben zeker regels, zo eten we aan
tafel, wij nodigen kinderen uit om aan tafel te komen eten, maar zijn
zij verdiept in het spel dan komen ze gewoon iets later. Als je kinderen hier de vrijheid van keuze geeft dan blijkt
dat ook kinderen graag gezamenlijk aan tafel gaan.
|
|